Leerdoelen U14

U14

Passtechnieken:
–  Baseball-pass, full court pass
–  Eénhandige push-pass
–  Slingerworp
–  Spot up pass: de aanvaller met bal past naar zijn mede spelers die klaar gaat staan om te schieten, bijvoorbeeld de post naar de foward als er een dubbelteaming op de post vanuit de forward komt. De forward spot up naar de baseline of snijd inside
–  Turnovers voorkomen: makkelijke pass, korte pass, spacing, attack the ball. Hand target, geen hand target geen pass.

Dribbeltechnieken:
–  Reverse dribbel, fake reverse and shoot
–  Spin dribbel; – Side kick dribbel / power dribbel: dribbel zijwaarts inzetten;
–  Back up dribble, pull back dribble: achterwaarts dribbelen (back up and cross over)
–  Dribbel tijdens het rennen
–  Dribbelen onder verdedigende druk

Schieten:
–  Lay in, finger roll
–  lay back;
–  Jumpshot, pull up jumper, stop and pop: stop de dribbel en schiet;
–  Turn around jumpshot;
–  Hook shot;
–  Lay up onderhands;
–  Shotrange
–  Sta zijwaarts naar de basket en draai face the basket: drop (zakken en springen) of pop(springen, zakken en vervolgens springen)
–  Éénhandig schot:
Stap 7: Houd de onderarm van de schotarm recht op de schotlijn. De schotarm volledig uitstrekken en de vingers wijzen naar de grond. Op het hoogste punt de bal recht naar de basket nawijzen, door de wrist flip ontstaat backspin. Voldoende rotatie van de bal (backspin) is zeer belangrijk. Blijf de bal nawijzen tot de bal de ring raakt om fouten te voorkomen in je schot techniek.
Stap 8: Neem het schot in een vloeiende beweging, dus geen stops tijdens het schot. Beide armen blijven tijdens het schot omhoog. De begeleidingshand dus niet laten zakken voordat het gehele schot is genomen.
Stap 9: Zorg ervoor dat je met de juiste boog schiet, hierdoor vergroot je de ring.
Stap 10: Focus op het midden van de voorkant van de ring, volg de bal niet tijdens zijn vlucht door de lucht naar de basket. Kijk vroegtijdig naar de basket voordat het schot word genomen. Zie de basket tijdens het schot tussen de onder armen door.
Stap 11: Schiet vanaf verschillende afstanden en posities. Eerst vanaf dichtbij beginnen voorkom hier door het aanleren van slechte gewoonten.

Rebounding:
–  Uitboxen: ellebogen uit handen omhoog
–  Verdedigend boxing out, block out (reverse pivot)
–  Aanvallend Boxing in, swim move
–  Knipmestechniek
–  Elk schot is mis
–  Positie kiezen en timing
–  Lichaamshouding en balans.

Aanvalstactiek

1 tegen 1 (aanvallend)
–  1 tegen 1: oefenen vanuit verschillende posities
–  Insnijden (cutting) basket cut
Front / back cut (rear cut, backdoor)
–  Middle cut: vanaf de weakside forward positie krullend naar binnen snijden
–  Flash cut / flash pivot: een speler die zich van weakside naar de bal aanbied;
L – cut
–  Jam the cutter: voorkomen dat de aanvaller richting de bal kan snijden
–  Drive: dribbel penetration, doordringen tot in de bucket, dribbel naar de basket, attack de front voet van de verdediger.
In-out (V-cut)
In= backdoor,
Out= i-CUT
Swim move
–  Cross over step
–  Open-step
–  Dribbel between the legs en behind the back
–  Triple threat position (drievoudige bedreiging), square up
–  Show and go, shotfake en drive
–  Attack step
–  Swing step, spin move: draaien op 1 voet
–  Rocker move: beweeg het hoofd en de romp naar voren en naar achteren zonder de voeten te bewegen, net als gitarist
–  Rocker step: stap voorwaarts en vervolgens achterwaarts en draai met de schouder in; Hesitation-step (vergroten van de stap)
–  Bewegen zonder de bal
–  Back it up: achteruit dribbelen en vervolgens aanvallen 1 tegen 1
–  Baseline drive: pro hop

2 tegen 2 (aanvallend):
–  Maak een beslissing voordat je de bal vangt
–  Give and go, comeback move: weg faken en insnijden naar de bal
–  Go and get
–  Back door
–  Screening, block,pick
–  Side screen
–  Verticaal screen;
Horizontal screen / down screen, indien je niet vrij komt bij een in-out (pin down).
Read screens: backdoor, curl and shoot / lay up
–  Shot screen: achter de screener het schot nemen
–  Kick out: pass van inside positie naar buiten
–  De center staat op mid post en de forward passt de bal en snijd links of rechts langs de center af
–  De center staat op mid post en de forward maakt een drive baseline of middle. Bij een drive middle beide centers gaan naar de short corner. Bij een drive baseline beide centers gaan naar de high post (elbow).

3 tegen 3 (aanvallend):
–  Laat de bal over de kop rond gaan (passen)
–  Screen away, rol na het zetten van het screen
–  Back screen (blindside screen)
–  Set up defender: de defender op het screen laten lopen
–  Skipp pass: mensen overslaan bij het rond passen.

Aanval tegen man-to-man:
–  Strongside / weakside
–  Low post (block, dubbele streepjes),
Medium post,
High post (elbow)
–  Inside / outside, perimeter zijn outside spelers
–  Aanval gebasseerd op give and go en backdoor
–  2 -1 aanval
–  Run and gun: hoog tempo basketball
–  No lopsided scores: niet alleen maar scoren aan een kant van de aanvalshelft
–  Wat te doen zonder bal in offense
–  Cut and fill offense

Fast break:
–  Quick break, outletmnan, flyer (baseline bouncing). Geef de bal diagonaal over het veld, deze bal is makkelijk te vangen. Probeer fastbreak te lopen zodat je niet hoeft aan te vallen tegen een zone.
–  Cherry pick: de verdediger van de aanvaller die een jumpshot neemt steekt zijn hand uit en box niet uit en rent vervolgens voor de fastbreak naar de andere kant, het kan ook eens speler zijn die op de aanvalshelft blijft en een via een lange pass scoort.

Out of bounds:
–  Baseline: box set
–  Inbounder: wie neemt de bal in bij fastbreak en out of bounce.

Verdedigingstactiek

1 tegen 1 (verdedigend):
–  Fence slides: voor en achterwaarts bewegen tijdens het passlijn verdedigen van de in-out; – Verdedigen van de speler die nog niet heeft gedribbeld
–  Verdedigen van de aanvaller die zijn dribbel start: overplay (overschift), front foot to pivot foot
–  Verdedigen tegen een dribbelaar: step slides (glides), De voeten mogen niet aangesloten worden of elkaar kruisen
–  Verdedigen van de aanvaller die zijn dribbel beëindigt: attack step, belly up, pressure stance, stick stance, de voetenstand is wijder dan die van de aanvaller. Advance step stap richting de aanvaller. Tracing the ball. Blocken: block, lowblock
–  Verdedigen van de aanvaller die de bal ontvangt terwijl de verdediger in een denial stance of in help positie was: Close out (close down)
–  Verdedigen tegen een schutter (contest every shot)
–  Verdedigen van een lay up: voorkom lay ups
–  Verdedigen van de aanvaller met de bal (Ball side)
–  Verdedigen van de aanvaller zonder bal (Ball side), denial stance, brush contact (handcontact / onderarmcontact), ear in chest, verdedigen van de in-out beweging, verdedigen van de backdoor
–  Speler in triple threat position: side slide, drop step, retreat step (achterwaarts stappen / springen) ready stance: parallelstand of spread-schredestand, armlengte afstand
–  De speller in triple threat positie kan schijnbewegingen maken (nose in chest) approach step of advance step; De dribbelaar, belemmeren van de cross-over
–  Geen open schoten, hand in het gezichtsveld
–  Verdedig zonder fouten te maken

2 tegen 2 (verdedigend):
–  Verdedigen van give and go
–  Slide through
–  flat triangle (pistol stance)
–  Verdedigen van de backdoor: gezicht richting de aanvaller (Headsnap, met hoofd draaien), openen
–  Verdedigen van verticale screens
–  Verdedigen van horizontale screens

3 tegen 3 (verdedigend):
–  Verdedigen van het screen, verdedigen van screen away
–  Pistol stance (split vision),ball you man, flat triangle
–  Bal verdediging naar helpside verdediging
–  Help verdediging naar deny defense

Man-to-man verdediging:
–  Ball side / helpside (Sagging, cover down, double team) terug zakken (shell drill)
–  On the line: lijn basket basket, up the line: terug zaken op lijn basket basket richting de basket, dit moet je doen als de passafstanden groter worden
–  On the ball / off the ball defense
–  Inside / outside (kick the ball out)
–  Channeling, funneling: sturen van de forward baseline (outside drive).Funneling: sturen door de bucket (paint). Geen penetratie over de baceline en vrijeworplijn toestaan (baseline cut off); Bij fanning is het moeilijk voor de aanvallers om de bal te reversen (ball reversal)
–  Defensive transition: omschakeling van aanval naar defense (transition, omschakeling), Hustle back: Spelers laten zich niet door hun mannetjes voorbij lopen in de defense
–  Verdedig ieder schot.

Fastbreak:
–  2 tegen 1, faken en stap terug
–  3 tegen 2, horizontale opstelling
–  Verdedigen in het voorveld
Als er niet gescoord is: druk op de bal
Als er wel gescoord is: druk op de dribbelaar zorg voor 2 reverse dribbels, de verdedigers zijn altijd aan de verdedigings kant van de bal.

Transition defense:
–  Loop terug naar de middelijn en draai je om
–  Verdedig de basket.